DHV steunt van harte het initiatief van het innovatieplatform om een investeringsplan aan te bieden aan het kabinet. Wij pleiten ervoor als Innovatieplatform vooral te focussen op het het verhogen van de maatschappelijke uitkomst op langere termijn. Als internationaal opererend kennisintensief bedrijf, dat onder andere actief is in de sleutelgebied water, willen vanuit dit perspectief een reactie geven.
Wij steunen het pleidooi voor investeringen in excellente onderzoeksprogramma’s. De maatschappelijke meerwaarde hiervan zal echter beperkt blijven als met dit geld onderzoekers worden aangesteld via traditionele instituten. Keer op keer immers wordt geconstateerd dat er in Nederland een innovatieparadox is (veel kennis, weinig innovatie) en dat de – maatschappelijke - vraagsturing onvoldoende is. Daarom pleiten wij voor initiatieven waarin kennisinstellingen, bedrijven, overheden gezamenlijk kennis ontwikkelen en via co-creatie innovaties tot stand brengen. De oproep om meer campussen sluit hier nauw bij aan. Voor het sleutelgebied Water zijn de ontwikkelingen rond de Rotterdamse Climate Campus en in Leeuwarden rond Wetsus hierbij van groot belang. Maar ook op andere terreinen zijn er ambitieuze initiatieven met vernieuwende werkvormen en kruisbestuiving tussen kennis en praktijk die meer steun verdienen, bijvoorbeeld we de plannen voor een business & science center in Almere en het diensteninnovatiecentrum ExSer.
De kernoorzaak van deze crisis is het doorgedraaide egoïsme. Het pompen van geld in noodlijdende instellingen zal een zinloze actie zijn voor de middel tot langetermijn, want dat houdt het egoïsme in stand. Vergelijk Einstein's uitspraak: een probleem moet je niet oplossen op hetzelfde denkniveau waarop het probleem ontstaan is. We moeten dus naar een hoger denk- cq. bewustzijnsniveau. We kunnen helaas nu niet bevatten wat dat betekent! Maar we kunnen wel wat aan dat ego-centrisch gedrag doen. Degenen die dit tegenspreken: wie de schoen past ...
Er zijn wereldwijd interessante initiatieven aan de gang. Ik noem er slechts een van Ervin Laszlo (zie *)). Hij noemt dit moment het chaospunt: een moment van keuze … of we gaan down the drain of we herstellen, maar dan na een transformatie en op een hoger bewustzijnsniveau. Verwezen wordt naar Prigogine die dit moment het bifurcatiepunt noemt: het systeem valt uiteen en het is niet te voorspellen hoe de stukken weer bijelkaar komen.
Komende periode zal daarom voor velen moeilijk zijn. Het enige wat we eraan kunnen doen is uit ons egoïsme kruipen. Het woord samenwerken is al vaak gevallen. Laat het beleid gericht zijn op een gedragsverandering waarop mensen gestimuleerd worden tot een geven in plaats van nemen in samenwerkingsverbanden. Probeer maar eens uit het geven voldoening te scheppen! In managementtermen worden nu het System Thinking en Presencing genoemd. Deze concepten beogen respectievelijk dat het hoger belang prevaleert boven het individuele belang en dat we collectief eens goed in dialoog treden zodat nieuwe inzichten ontstaan. Dit bevordert ook het onderling vertrouwen en de bereidheid (durf) voor innovatieve collectieve acties. Dit is ook waar Sociale Innovatie naar streeft.
Een beleid dus dat gericht is op het faciliteren van dialoog: creëren van vruchtbare gronden binnen en tussen ondernemingen. En als we toch willen controleren: de kPIs baseren op altruïstisch gedrag.
*) zie www.clubofbudapest.org of www.globalshiftu.org
We bewegen van een agrarische (19de eeuw) via een industriële (20ste eeuw) en naar een dienstverlenende economie (21ste eeuw). De dynamiek in deze economiëen verschilt. Handel overeenkomstig bijpassende spelregels bij bevordering van bedrijvigheid.
Bewustwording, verandering van gedrag. Voor burgers èn overheid. Door communicatie: elkaar informeren en samen problemen oppakken.
Hoe laat ik de auto vaker staan? Hoe verbruik ik minder energie?
Maak opbrengst van investeringen direct zichtbaar voor bevolking in de wijk; inclusief werkelozen + zzp’ers!
Benader de economie breed; het gaat om meer dan geldstromen (Echte economie, Heertje). Onderken het belang van het creëren van waarde voor een duurzame toekomst.
Het structurele tekort aan technici in Nederland noopt tot een stucturele nieuwe aanpak in het onderwijs.
Het concept 'Onderwijs helpt Onderwijs' (OhO) van vijf politieke partijen in Rivierenland zorgt daarvoor: Kennis en capaciteit uit de hele onderwijskolom Techniek komen via leerlingen/studententeams beschikbaar voor systematische begeleiding van jonge kinderen in het Primair Onderwijs (PO), tenminste vanaf groep 5. Dat zijn leerlingen die onbevangen en nieuwsgierig aan de slag gaan met wat hen wordt aangereikt.
De obs De Molenwerf laat zien, dat zoiets werkt, mede dankzij de inzet van stagiairs uit het Voortgezet Onderwijs (VO). Daar is een leerplan Techniek ingevoerd voor alle groepen, van groep 1 t/m 8. Drie belangrijke bevindingen daarmee. (1) Kinderen kijken uit naar het werken aan het techniekprogramma; (2) de prestaties bij andere vakken nemen toe en (3) het plezier om naar school te gaan is groot, terwijl voorheen de motivatieproblemen op deze basischool aanzienlijk waren.
Wil OhO succesvol worden, dan zijn vaste afspraken over afstemming tussen het PO en het VO nodig. Resultaat: een soort meester-gezel relatie, maar dan volledig binnen het onderwijs zelf.
OhO-contacten met het Platform Bèta techniek en met TechniekTalent.nu zijn bedoeld om OhO tot een Nederlandse standaard te maken.
Investeren in het marktsegment ‘gezondheid en welzijn voor ouderen’
Onze zorgen gaan vandaag uit naar een groei van de werkeloosheid, maar als gevolg van de vergrijzing zullen we sneller dan we ons lijken te realiseren geconfronteerd worden met een tegengestelde en structurele tendens: het aantal werkenden zal afnemen.
Het onderzoek op het gebied ‘gezondheid en welzijn voor ouderen’is in Nederland van hoog niveau, en er bestaan uitgewerkte plannen voor toepassing van nieuwe kennis in producten, diensten en maatschappelijke innovaties die inspelen op de gevolgen van de demografische ontwikkeling die alle grote economieen de komende tien jaar zal treffen. Onderwijs moet een integraal onderdeel zijn van een aanvalsplan. Werken in de zorg moet weer leuk worden. Dat kan door gebruik te maken van een aanpak die jongeren aanspreekt, en die de werklast vermindert.
Het aanpakken van dit probleem levert nieuwe economische activiteit op in een kennisintensief markt segment waarin Nederland zich kan onderscheiden, en levert perspectief op voor schoolverlaters. Investeren nu, betekent een snelle ecomomische stimulans, een versterking van de kenniseconomie, en vermindert structureel de problemen in de ouderenzorg op een termijn van 8-15 jaar zodat volgende generaties financieel ontzien worden. Een Grootschalig Nationaal Excellent Onderzoek Programma is daarvoor niet genoeg. Alleen met de structurele participatie van onderwijs, maatschappelijke partijen en het bedrijfsleven zal Nederland op dit gebied een vuist kunnen maken.
Walter Hoogland schreef:
Duurzaamheid is meer dan een schaarste aan grondstoffen, effectief waterbeheer en CO2 uitstoot. Het beschermen van biodiversiteit is van vergelijkbaar belang. Het verwerken en interpreteren van gedigitaliseerde biodiversiteitsgegevens is een activiteit waar Nederland traditioneel een sterke positie in heeft gehad. Het is ook gerelateerd aan de inzet van ICT als een fundament van data-gedreven kennis. Ook daar speelt Nederland een internationaal sterke rol. Het investeringsplan rept niet van de belangrijke rol die ICT kan spelen in bijna alle aspecten van de in het investeringsplan genoemde speerpunten.
Helemaal nee eens, Walter! Het lijkt soms wel of er een blinde vlek is voor het belang van ICT en ICT onderzoek. Zie ook mijn eigen bijdrage.
Het IP vraagt terecht om een goede mix van korte en lange termijn investeringen en maatregelen, en op versterking van de Nederlandse economie door te kiezen voor de grote maatschappelijke uitdagingen en een aantal sleutelgebieden en voor het verminderen van de structurele kwetsbaarheden in de Nederlandse economie.
Het Innovatieplatform lijkt daarbij echter een belangrijke motor voor innovatie en een belangrijke pijler van de economie te vergeten: de informatie- en communicatietechnologie. Het IP heeft zelf eerder de ICT aangeduid als innovatie-as, daarmee benadrukkend dat het een belangrijke, zo niet een van de belangrijkste aandrijvers en gangmakers is voor innovatie en maatschappelijke verandering.
Wanneer er wordt gepleit voor investeringen in de infrastructuur, hoort daar dus nadrukkelijk de ICT-infrastructuur bij. Dat is wellicht impliciet bedoeld bij de aanbeveling om te investeren in de grootschalige onderzoeksinfrastructuur, maar zou expliciet moeten worden gemaakt. Het geldt ook voor de ‘algemene’ infrastructuur. De ICT-infrastructuur omvat overigens meer dan alleen verbindingen, het gaat ook om rekenkracht, software, diensten, kennis en opleiding (kennisoverdracht).
Bij extra investeringen in wetenschappelijke kennis (een Nationaal Excellent Onderzoek Programma) moet in ieder geval ook ICT onderzoek worden meegenomen. In de eerste plaats als onmisbaar instrument voor de wetenschap zelf, maar ook als wetenschappelijke discipline die wezenlijke bijdragen levert en kan leveren aan de genoemde uitdagingen op het gebied van Water, Energie en Voedsel. Het investeren in de verdere ontwikkeling en toepassing van ICT is ook essentieel voor de verdere ontwikkeling van de sleutelgebieden. Daar pas bij een uitbreiding van de bestaande ondersteuning van starters vanuit de wetenschap met de Valorisation Grant en SBIR regelingen. De mogelijkheden daarvan zijn nu te beperkt om de bestaande goede initiatieven en voorstellen te ondersteunen.
Nederland heeft een sterke positie als hub, ook op ICT gebied. Denk aan de Amsterdam Internet Exchange en het wereldwijde glasvezelknooppunt in Amsterdam. Voortbouwend op die positie kan Nederland ook op het gebied van (ICT-gedragen) diensten, denk bijvoorbeeld aan financiële logistiek, en (ICT-gedragen) entertainment en content een sterke hub-functie gaan ontwikkelen. We lopen voorop op het gebied van Living Labs en worden gezien als een ideale testmarkt (daar wij de gemiddelde Europese smaak representeren). We hebben dus ook de infrastructuur en voorwaarden om een toonaangevend testbed te worden voor nieuwe software, diensten en applicaties.
Productiviteitsgroei, met name in de dienstensector, zonder ICT is ondenkbaar. Ook daarom moet daar krachtig op worden ingezet.
In alle gevallen kan de positie van Nederland op ICT-gebied, de versterking van de mogelijkheden van ICT en de verbetering van het succes van ICT toepassing worden vergroot door meer interdisciplinair onderzoek, en door intensieve interactie tussen onderzoekers en bedrijven en toepassers. Om dat te stimuleren zou daar extra op kunnen worden ingezet, door daarop toegesneden, door de overheid ondersteunde projecten.
Tenslotte een kanttekening bij de oproep tot het inrichten van meer innovatiecampussen: essentieel voor het succes daarvan is de nabijheid resp. deelname van een grote, R&D gedreven industrie en/of een sterke kennisinstelling.